woning in aanbouw en inkomstenbelasting

Dinsdag 09 December 2014

Goedkeuring voor ‘woning in aanbouw’ ex artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001

 

Op 3 oktober 2014 oordeelde de Hoge Raad dat bij percelen grond pas sprake is van een ‘woning in aanbouw’ als bedoeld in artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001 vanaf het moment van aanvang van de bouwwerkzaamheden die tot stichting van een woning leiden. Dit betekent dat de belastingplichtige die grond heeft verworven met de intentie daarop een eigen woning te bouwen en daarvoor een lening is aangegaan, de rente over die lening niet op de voet van artikel 3.120 lid 1 letter a Wet IB 2001 kan aftrekken voor zover die rente ziet op de periode tussen de verwerving van de grond en de aanvang van de bouw (zie Notafax 2014, nr 246).

Naar aanleiding van dit oordeel is een wetswijziging aangekondigd. Vooruitlopend op de wetswijziging heeft de staatssecretaris van Financiën thans de onderstaande goedkeuring gepubliceerd. De goedkeuring geldt met terugwerkende kracht tot en met 3 oktober 2014.

De enkele intentie om te gaan bouwen is niet voldoende voor het begrip woning in aanbouw

De staatssecretaris keurt goed dat in afwijking van het oordeel van de Hoge Raad er ook sprake kan zijn van een woning in aanbouw in de zin van artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001 als er voldoende concrete stappen zijn gezet op grond waarvan naar redelijke verwachting valt aan te nemen dat de bouwkundige werkzaamheden binnen afzienbare tijd gaan beginnen. Een perceel grond waarbij de belanghebbende enkel de intentie heeft om te gaan bouwen, kwalificeert dus niet als een woning in aanbouw als bedoeld in artikel 3.111 lid 3 Wet IB 2001.

Er kan sprake zijn van een eigen woning bij sluiten van koop-/aannemingsovereenkomst

Bij nieuwbouw is sprake van een woning in aanbouw vanaf het moment van sluiten van de koop-/aannemingsovereenkomst als de belastingplichtige aannemelijk maakt dat die woning uitsluitend bestemd is om hem in het kalenderjaar van het moment van het sluiten van de overeenkomst of een van de 3 daaropvolgende jaren als hoofdverblijf ter beschikking te staan.

Vanaf 6 maanden vóór aanvang van de bouw kan reeds sprake zijn van een eigen woning

Bij een bouwkavel gaat het om weging van de feiten en omstandigheden in het individuele geval om te bepalen vanaf welk moment sprake is van een woning in aanbouw. Indien de belastingplichtige een bouwkavel heeft en de bouwkundige werkzaamheden zijn begonnen, mag worden aangenomen dat in ieder geval vanaf 6 maanden voorafgaand aan de start van de feitelijke bouwwerkzaamheden sprake is van een woning in aanbouw. De belastingplichtige moet dan wel aannemelijk maken dat die woning in aanbouw vanaf 6 maanden voorafgaand aan de start van de feitelijke bouwwerkzaamheden, uitsluitend bestemd is om hem in het kalenderjaar of een van de 3 daaropvolgende jaren als hoofdverblijf ter beschikking te staan.

Ministerie van Financiën 26 november 2014, nr BLKB2014/1947M (Stcrt 2014, nr 34403)

Nieuws overzicht

Particulieren

Speciale gebeurtenissen in uw leven vergen speciale aandacht. Pigmans Ras Janssen Notarissen biedt u deze aandacht.

lees verder

Zakelijk

Pigmans Ras Janssen Notarissen is van oudsher gespecialiseerd in ondernemingsrecht en de juridische dienstverlening aan ondernemers.

lees verder